Kijken we naar comedy of een presidentieel debat?

Aristoteles had het al ruim tweeduizend jaar geleden door. Debatteren gaat, helaas, vaak vooral níet om de inhoud. Het gaat om wie de beste indruk maakt. Het gaat om de emoties de je oproept. Maar om de argumentatie, nee dat niet. Toch, Hillary Clinton en Donald Trump?

Kiezers stemmen in plaats daarvan vaak op degene die het meest op hen lijkt. Trump, maar ook Wilders, halen hier hun voordeel uit. Zo spreekt Wilders zich vaak uit tégen Den Haag, iets wat veel gemiddelde Nederlanders ook doen. (Waarbij hij niet vermeldt dat hij een van de langst zittende politici is, maar dit terzijde). Ook Trump weet een underdog positie te creëren door te doen alsof hij niet bij de politieke elite hoort. Tegen de debatleiders zegt hij dat ze partijdig zijn. Burgers spreekt dit aan; hij hoort niet bij die hoge piefen, hij is een van ons!

Niet alleen rechtse politici schaven hun imago bij. Obama en Samsom hebben bijvoorbeeld ook gewerkt aan hun imago ‘probleem’; zij kwamen iets té geleerd over. Nu lijkt een intelligente politicus misschien precies wat je zoekt, het volk denkt daar blijkbaar anders over. Ze willen niet iemand die het allemaal beter weet, ze willen iemand die ze begrijpen qua inhoud en taal. Dus voilà, daar kwam een lesje ‘normale taal’ voor Samsom en Obama.

Wanneer u zich nu bedrogen voelt, geen troost, het ligt ook aan u. Wij, het publiek, worden niet zo snel geboeid, hebben niet altijd verstand van álle politieke zaken en zijn redelijk makkelijk te bespelen door beïnvloedtechnieken. Dus dan is voor politici de keus al snel gemaakt. Wat u kunt doen is proberen deel uit te maken van wat Aristoteles het ‘ideale publiek’ noemt. Luister niet naar Clinton en Trump als ze elkaar proberen te wantrouwen, luister niet als ze met een emotioneel verhaal op de proppen komen, maar luister enkel als ze met inhoudelijke argumenten komen. Maar u zal merken, zo vaak gebeurt dat niet.